Menu Sluiten

Neologismen: het type sjoemelsoftware, penspiano, campingsmoking

Er worden dagelijks nieuwe woorden bedacht door journalisten, politici, reclamebureaus en door gewone burgers. De kans dat een nieuwvorming ‘Van Dale haalt’ is niet zo groot, maar je kunt het lot een handje helpen. Een bekende vorm is een samenstelling met een bepaald stijleffect zoals alliteratie. Een paar voorbeelden van zulke neologismen: Bos-belasting, campingsmoking, flappentap, jalouzietax, jezussandalen, penspiano, sjoemelsoftware. Welke stijlmiddelen worden hier toegepast? En kun je een vindrecept voor zulke nieuwvormingen geven?

De etymologie van safaridieren

De namen van meer dan een handvol Afrikaanse dieren leren we nog voor we naar de lagere school gaan, in de dierentuin of bij Nijntje. Woorden als olifant, giraf, leeuw, luipaard en zebra zijn volkomen vertrouwd. Dat ze exotisch klinken, maakt niet uit want dat zijn de dieren zelf ook. Maar waar komen die safaridierennamen precies vandaan?

1 giraf

De gemakkelijkste bron is etymologiebank.nl. Dit dier had bij ons vroeger ook de naam kameelpardel of kameelpaard, waarbij het deel paard afkomstig is van luipaard. Die benaming is er een uit ooggetuigenverslagen uit de wildernis: een die ter grootte van een kameel met vlekken als een luipaard. De naam giraf stamt van het Italiaanse giraffa, dat zelf ontleend is aan het Arabische zarāfa, dat op zijn beurt uit een Afrikaanse taal zou stammen.