Neologids 3: stijlen en vormen

De hier volgende inventarisatie is experimenteel; we zoeken nog naar de beste indeling voor ons doel: een bruikbaar naslagwerk samenstellen voor mensen die een nieuw woord willen bedenken.

Algemene woordvormingstechnieken

basisprincipe: analogie Nieuwe woorden worden gevormd in lijn met bestaande woorden. Plofkip was bijvoorbeeld de inspiratie voor plofstudie.

afleiden Vorming van een nieuw woord door het toevoegen van voor- en/of achtervoegsels aan een grondwoord. Bijvoorbeeld onthaasten uit haasten.
buigen In het Nederlands is het vervoegen van een werkwoord een vorm van buiging. Dit gebeurt ook o.a. door toevoeging van voor- en achtervoegsels, maar het woord verandert afgezien van tijd, persoon, enkel/meervoud e.d. niet van betekenis.
invoegen
klanknabootsing, klanksymboliek
ontlenen, vertalen
samenstellen
substitutie
verkorten
versmelten
gecombineerde technieken

Woordkeuze

Algemene stijlkenmerken

analogie neologismen komen in families. Treitervlogger is gevormd naar analogie van sjoemelsoftware, penspiano, etc. Het volgen van een vorm kan helpen bij de acceptatie.
contrast bij samenstellingen werkt een contrast in register tussen woorden goed, bijv. asocontainer, campingsmoking, Denneweg-Jeep, PC Hooft-tractor, penspiano, sjoemelsoftware, tuigdorp.

Beschrijven en vernoemen

beschrijving min of meer neutraal beschrijvende woorden kiezen. Weigerambtenaar.
metafoor beeldspraak waarbij het gaat om gedeelde eigenschappen. Denkraam (Marten Toonder), Sprinter (type trein), vleespet (kaal persoon), bierzuil (drinken tot het bier tot in de slokdarm staat en zo een ‘zuil’ vormt).
metonymie vernoemen naar iets dat direct verband houdt.

Thema’s

activiteit Weigerambtenaar.
attribuut vernoemen naar een gerelateerd, karakteristiek object. raamambtenaar.
cultuur dagobertducktaks.
emotie jaloeziebelasting, knuffelallochtoon, spijt-Limburger, treurbuis (Gerrit Komrij).
flora en fauna snailmail, WC-eend.
merknaam bijv. breezercultuur, IKEA-trut.
muziek & dans zorgpolonaise.
onderwerp van handeling racismepolitie
pars pro toto een geheel vernoemen naar een onderdeel.
religie & spritualiteit autosjamaan, Snoeibijbel.
sport sprinter.
topografie (geo-of toponiem) vernoemen naar een plaats, land e.d. Binnenhoftijger, Hollanditis.
uitspraak klaarover, sorrycultuur.
verantwoordelijk persoon (eponiem) in de politiek zowel gebruikt om iemand te eren als om een naam aan iets negatiefs te verbinden: Bos-belasting, Zalmsnip. Bekende eponiemen:Boycotten, pasteuriseren, Rhodesië

Betekeniseffecten

archaïsme Ouderwets of in onbruik geraakt woord. Taxironselaar.
backformation zie herinterpretatie.
hyperbool zie versterking.
kwartje van Kok, Zalmsnip, Bosbelasting.
eufemisme Krachtwijk voor een probleemwijk. Zie ook framing.
framing sturend beschrijven. Plofkip, vleesverlater (voor iemand die minder vlees gaat eten), wegkijklinks, domrechts.
herinterpretatie Analogie gebaseerd op een onbewust of bewuste verkeerde interpretatie van een basiswoord. Bijvoorbeeld cheeseburger op basis van hamburger en monokini op basis van bikini.
informeel een woord kiezen dat pas bij de ‘volksmond’ geeft een amusementswaarde en vergroot de kans op gebruik. Een beproefd recept is de combinatie van een informeel en een neutraal of ‘formeel’ woord: penspiano, snuffelpaal.
metoniem iets vernoemen naar iets wat er direct verband mee heeft. Pars pro toto: Vleespet, kaalkopje of skinhead voor kale personen.
neutrale beschrijving Afsluitdijk.
pars pro toto Zie metoniem. vorm van metonymie waarbij de benaming van een onderdeel wordt gebruikt om een groter geheel aan te duiden.
personificatie knijpzonnetje.
retroniem nadere specificatie van een begrip door veranderde tijden. Bijv. de toevoeging akoestische bij akoestische gitaar vanwege de opkomst van de elektrische gitaar.
toespeling indirecte verwijzing naar een boek, film, spreekwoord of andere culturele uiting. Jan Salie, minkukel, regelneef.
uitvergroting overdrijven of sterk benadrukken. Mogelijkheden zijn het gebruik van voorvoegsels als super– en wonder– en positieve woorden in samenstellingen, bijv. krachtwijken. Fluisterstil.
understatement zie verkleining.
verkleining Bijvoorbeeld gedenknaald voor een obelisk.
vertaling bijvoorbeeld deugmens als vertaling van Gutmensch.
volksetymologie Bijvoorbeeld de verschuiving van de betekenis van gijzelaar naar die van gijzelnemer. Letterlijke vertaling: jokecoat (v. grapjas).
vulgarisme platte of volkse bewoording. Sjoemelsoftware, treitervlogger.
werkwoord Vooral van zelfstandig naamwoorden, eigennamen en bijvoeglijk naamwoorden kun je gemakkelijk een werkwoord of verzelfstandigd werkwoord maken. Verlubberen, vertrossing.
woordspeling spel met klankovereenkomsten. Navosinaassappel. Zie ook portmanteauwoord.

Constructies, substituties en verkortingen

affixatie toevoegen van voor- of achtervoegsels. Zie afleiding en buiging.
afleiding (derivatie) afleiding van een nieuwe woord met een voor- of achtervoegsel.
afkorting, als woord uitspreekbaar bijvoorbeeld havo.
buiging (flexie) toevoegen van voor- of achtervoegsels zonder dat daarbij de woordcategorie verandert. Bijvoorbeeld bij het vervoegen van werkwoorden in het Nederlands.
letter-woordcombinatie De letter dient als vormmetafoor of als afkorting. bijv. A-frame, e-business, e-mail, f-gat, g-plek, iPhone, O-benen, S-bocht, T-shirt, U-bocht, V-snaar, X-benen, x-factor.
portmanteauwoord wordt ook wel blend genoemd. Samenvoeging van snippers van verschillende woorden. Botel, brunch, kliktivisme, minpres, ontflicten, tottle (tube + bottle), worsti.
portmanteauwoord, Joyceaans creatieve versmelting van vaak drie of meer woorden, eventueel afkomstig uit verschillende talen. Naar het veelvuldige gebruik ervan door James Joyce in Finnegan’s Wake. Meandertale (Neanderthal + meander + tale), Picasa (pica + mi casa + Picasso), funferal (funeral + fun fair + fun for all)
reduplicatie zie Klankeigenschappen, reduplicatie.
samenstelling samenvoeging van twee of meer bestaande woorden. Mogelijkheden zijn o.a. bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord (dwergplaneet), zelfstandig naamwoord + zelfstandig naamwoord, werkwoord + zelfstandig naamwoord (treitertrends (Kees van Kooten)).
substitutie Een nieuw woord verkrijgen door een deel van een bestaand woord te vervangen door iets uit dezelfde categorie. Bijvoorbeeld vegaburger uit hamburger.
woordgroep of zin alles-moet-maar-kunnenmentaliteit.

Klankeffecten en herhalingen

alliteratie zie beginrijm.
assonantie herhaling van klinkers of medeklinkers. Struikelhul (Kees van Kooten).
beginrijm herhaling van de beginklank van een woord of lettergreep. Het galmende geweten van.
binnenwoordrijm rijmende lettergrepen binnen één woord. Dustbuster, excuustruus.
klankherhaling zie assonantie, beginrijm, eindrijm, reduplicatie.
eindrijm bijvoorbeeld Hully Gully (kermisattractie), Pretskelet, The Rumble in the Jungle (bokswedstrijd).
reduplicatie herhaling van een compleet woord, al dan niet met een kleine aanpassing. Dustbuster (type kruimeldief).
uitgangherhaling herhaling van de laatste klanken, zonder dat er sprake hoeft te zijn van rijm. Treitervlogger.

Visuele effecten

‘fonetische’ spelling Bijvoorbeeld jeuj, vroegâh, whaaa.
letterherhaling zie klankherhaling, wat meestal tot letterherhaling leidt.