beeld: Rijksstudio (publ. dom.)

Het AD bericht vandaag over het Rotterdamse standbeeld van Piet Hein, dat blijkbaar nu ook omstreden is en een verklaarbordje op zijn sokkel krijgt. In de reportage zucht een geboren Eritrese voorbijgangster met twee volle boodschappentassen: ‘Ik hoop dat het een keer weggaat’, want ‘het beeld [is] een symbool van koloniale onderdrukking’. ‘Het is begonnen met dat geouwerothoer over Zwarte Piet en nu dit’, briest echter een geboren en getogen Delfshavense. De stadsarchivaresse en voorzitster van de straatnamencommisie blijkt voorstander van het herduiden van het verleden: ‘Presidenten, koningen, stadhouders en verzetsstrijders. Ze hebben zo vaak doden op hun geweten, en de zeehelden waren hun uitvoerders. Wat mij betreft kijken we ook kritisch naar Winston Churchill.’ Ook de mannen naar wie straatnamen in de Afrikaanderwijk zijn vernoemd zijn wat haar betreft kolonisatoren en daarmee fout. Wethouder Eerdmans vindt juist weer niet dat uitlegbordjes onze voorlopers moeten bekritiseren: ‘Het is absoluut niet te bedoeling om te verwijzen naar de donkere kanten van het koloniale verleden. Natuurlijk hebben we vandaag de dag andere normen en waarden. Maar we gaan zeehelden van toen niet beoordelen op de maatstaven van nu.’

Wat een heerlijke ontwikkeling. We beleven een revival van de jaren zeventig, waarin symbolen van macht werden bevraagd en er geprobeerd werd eea zonder macht te doen. Maar de oplossingen moeten nog rijpen. Moet er bij het straatnaambordje in de Hannie Schaftstraat bijvoorbeeld een verklaring komen dat ze mensen naar het leven stond? Of in de Churchillaan dat Winston mensen heeft laten doden teneinde WO II te winnen? En wat doe je met de Afrikaanderbuurten? De voortrekkers waren helemaal geen onderdrukkende kolonialen, maar gewoon boeren die zich ergens wilden vestigen. De Transvaal was niet leeg, maar ook niet vol in die tijd.