Tongbrekers zijn zinnen die je gemakkelijk verkeerd uitspreekt, zoals ‘De postkoetskoetsier poetst zijn postkoets met postkoetspoets’, ‘De knappe kapper kapt knap, maar de knecht van de knappe kapper kapt knapper dan de knappe kapper knapt’ en ‘Ik pak een plak bakbloedworst’. Hoe verzin je nieuwe tongbrekers?

Waar gaat het om bij tongbrekers?

De voorbeelden hierboven hebben gemeen dat er klankcombinaties worden herhaald, maar dan net met een kleine variatie waardoor je de mist in kan gaan. Zinnen als ‘Leentje leerde Lotje lopen langs de lange lindelaan’ zijn geen echte tongbrekers, omdat elk woord begint met dezelfde medeklinker gevolgd door een klinker.
Veel (maar niet alle) tongbrekers zijn vrij lang en bevatten rare, lange woorden. Vreemdheid en lengte verhogen de kans dat je een zin niet goed nazegt. Wat denk ik ook meespeelt is dat bijvoorbeeld woorden als ‘postkoets’ vaak met weglating van klanken uitgesproken worden (als ‘poskoets’). Die weglating inspireert tot andere weglatingen, maar die blijken dan echte versprekingen.

Probeersels

Vanmiddag bedachten we deze:

  • Hugo de hugenoot genoot van noten, maar hugenoot Hugo genoot nooit van wijn.
  • Frits morst met Kerst kots op het korstmos.

Bekende Nederlandse tongbrekers

Er bestaat zelfs een website met tongbrekers en een spel dat erop is gebaseerd en natuurlijk bestaat er een Wikipediapagina. Een selectie uit die en andere bronnen:

  • De kat die krabt de krullen van de trap.
  • De knappe kapper knipt en kapt knap, maar de knecht van de knappe kapper knipt en kapt knapper dan de knappe kapper knipt en kapt.
  • De knecht snijdt recht en de meid snijdt scheef.
  • Ik mix whisky in de whisky mixer.
  • Moeder sneed zeven scheve sneden brood.
  • Ruud rups raspt rap rode ronde radijsjes.
  • Slimme Sjaantje sloeg de slome slager.
  • Sluwe Sjakie sloeg de slome slager.