Pieter van Woensel verdient een straatnaam

beeld: Rijksstudio (publ. dom., ingekleurd)

De naam Pieter van Woensel kende ik tot voor kort vooral als die van een wethouder in deze contreien. Het blijkt ook de naam van een van onze belangrijkste achttiende-eeuwse schrijvers te zijn. Onlangs publiceerde de Leidse wetenschapper Laban Kaptein een Engelse vertaling met een volumineus commentaar van het reisverslag van Pieter van Woensel over Turkije en Rusland: Remarks, made on a journey through Turkey, Natolia, the Crimea and Russia, in the Years 1784–89. Dit boek ligt nu op mijn nachtkastje.

Pieter van Woensel: beroemdheid zonder straat

Mijn boekverslag volgt na lezen. Tegelijkertijd heb ik mij een beetje verdiept in Pieter van Woensel. Dat hij vandaag niet heel bekend is, komt denk ik vooral doordat er geen straat naar hem vernoemd is. En dat komt op zijn beurt dat hij aan de verkeerde kant van het tijdsgewricht opereerde. Hij leefde in de nadagen van de Republiek, maar was geen Orangist; een goede reden voor de latere stadsuitbreiders om hem over te slaan. Hij was bovendien geen schrijver van schone letteren; hij was vooral satiricus en wat je nu zou noemen essayist/columinst en cartoonist. Zo’n functie valt buiten de thema’s voor straatnaamgeving (bloemen, zeehelden, schrijvers, schilders, Oranjes, etc.).

Zijn tijd vooruit

Bij o.a. de DBNL kun je de werken van Pieter van Woensel online doorbladeren. Deze passage is denk ik tekenend:

Indien ik eenig aandeel had in de publieke opvoedinge, ik zou een Committé van de bekwaamste gilden-meesters, van alle handwerken en ambachten bij een roepen, en hun ieder een afzonderlijk handboekje laaten opstellen, van ’t geen ieder in zijn vak ’t nodigste heeft te weeten en te gevoelen. Naar maate dit werk uitgevallen was, zoude ik misschien daar uit een algemeen school-boek trachten te amalgameeren. Dan hoe dit ook mogt uitvallen, zeker is ‘t, dat den gemeenen man bij te brengen, de eerste en álgemeenste beginzelen van de(*) Teeken- Reeken- Meet- en Werktuigkunde, voor hem en voor ’t publiek van veel handtastelijker nut kan zijn, in de behandeling van ’t leeven, dan hem te onderwijzen in de hairkloverijen tusschen Coccejaanen en Voetiaanen, in ’t onderscheid tusschen de heele en halve Pelagiaanen en de 72 poincten, waarin de Jansenisten verschillen van de R. Katholijken.
Pieter van Woensel, ‘De Nationaale Opvoeding‘, uit: De Lantaarn voor 1796.

Dit vind je misschien ook leuk...