Metaforen bakken: de lekkerste recepten

De metafoor is de koningin van de stijlmiddelen, maar ook het werkpaard. Waarom gebruiken we deze vorm van beeldspraak eigenlijk? En wat is het geheim van een goede metafoor?

Umberto Eco schrijft ergens dat er meer dan tweehonderd boeken over de metafoor geschreven zijn. Dat is voor ons een te dikke rijstmuur om ons doorheen te eten. We blijven hier dus een beetje aan de oppervlakte spartelen, maar voor ons doel –beter overweg kunnen met metaforen– is dat hopelijk voldoende.

Wat is een metafoor?

Het woord metafoor is zoals zoveel namen van stijlfiguren Grieks van oorsprong. In het modern Grieks staat Μεταφορές voor transport, wat ons bij de letterlijke oorspronkelijke betekenis brengt: van overdragen (meta + pherein / trans + portere). Deze etymologie is een ezelsbruggetje: met een naam als vervoermiddel worden eigenschappen van het ene object overgedragen op het andere. Wanneer je een persoon ‘een beer’ noemt, schrijf je hem de bereneigenschappen groot en sterk toe. Essentieel voor een metafoor is dat hij de vorm van een gelijkstelling heeft (‘Theois een beer’) en dat niet álle eigenschappen worden overgedragen (Theo is géén ursus arctos).

Verschil met een als-vergelijking

Je kunt elke metafoor herschrijven in de vorm van een als-vergelijking (‘Theo is als een beer’). Maar hieruit mag je niet concluderen dat het slechts gaat om een stilistische variant. Typische als-vergelijkingen zijn omkeerbaar: uit ‘zijn jas is groen als gras’, mag je afleiden dat gras zo groen is als de genoemde jas. Maar uit ‘Theo is een beer’, volgt niet dat beren op Theo lijken. Waar het om gaat is dat bij een metafoor verzwegen wordt om welke gedeelde eigenschappen het gaat, maar dat die eigenschappen er door de toehoorder worden uitgepikt.

Hoe weet iemand wat een metafoor betekent?

Volwassen taalgebruikers zonder bijzondere taalstoornissen begrijpen moeiteloos gewone metaforen zoals ‘een vuist maken’, ‘iets rond breien’, ‘Kim werd een tomaat’. Bij vergezochte of moeilijke poëtische metaforen haken zelfs hooggeschoolden af (bijvoorbeeld: ‘jij bent mijn Finland’). Gemakkelijke metaforen worden op verschillende manieren geïnterpreteerd:

  • Dode metaforen zijn als vaste vormen in het geheugen opgeslagen (de poten van een stoel, een tekst-bestand opslaan of wissen, dode metaforen.)
  • Nieuwe metaforen passen vaak in een bepaalde familie. Bijvoorbeeld het brein is een computer of een probleem is een ziekte. Hierbinnen vallen vaste uitdrukkingen, maar ook nieuwe kun je eruit afleiden.
  • Bij nieuwe metaforen zijn de bedoelde eigenschappen vaak van hetzelfde type. Bij de oren van de bus kun je raden dat het gaat om iets wat uitsteekt of om iets wat geluid ontvangt.

Waarom gebruiken we eigenlijk metaforen?

Dit is een onderdeel van het grotere vraagstuk: waarom gebruiken we zo vaak indirecte en niet letterlijke taal? Er zijn verschillende redenen te geven:

  • Een metafoor is compacter: Theo is een beer is korter dan Theo is groot en sterk.
  • Sociale functie van gedeelde achtergrond. Ik gebruikte hierboven de uitdrukking je door een muur van rijst heen eten. Ik laat daarmee zien dat ik het verhaal van luilekkerland ken.
  • Sociale functie van diplomatie: taal wordt beleefder door minder direct te zijn.
  • Verfraaiing: metaforen maken de taal (en daarmee de wereld) een stukje mooier.
  • Geheugensteun: metaforen worden beter onthouden dan neutrale beschrijvingen.
  • Rijke metaforen kunnen helpen bij het verklaren: door het brein met een computer te vergelijken (en andersom) ontstaat een familiestructuur van metaforen die verhelderend is.
  • Beeldende metaforen roepen letterlijk beelden op. Sommige metaforen zorgen we ervoor dat we beelden met ons ‘geestesoog’ zien.

You may also like...