De namen van meer dan een handvol Afrikaanse dieren leren we nog voor we naar de lagere school gaan, in de dierentuin of bij Nijntje. Woorden als olifant, giraf, leeuw, luipaard en zebra zijn volkomen vertrouwd. Dat ze exotisch klinken, maakt niet uit want dat zijn de dieren zelf ook. Maar waar komen die safaridierennamen precies vandaan?

1 giraf

De gemakkelijkste bron is etymologiebank.nl. Dit dier had bij ons vroeger ook de naam kameelpardel of kameelpaard, waarbij het deel paard afkomstig is van luipaard. Die benaming is er een uit ooggetuigenverslagen uit de wildernis: een die ter grootte van een kameel met vlekken als een luipaard. De naam giraf stamt van het Italiaanse giraffa, dat zelf ontleend is aan het Arabische zarāfa, dat op zijn beurt uit een Afrikaanse taal zou stammen. Dat we het uit het Italiaans hebben overgenomen, komt door de Italiaanse menagerieën, die het dier in Europa populariseerden.

2 luipaard

De wetenschapelijke naam is panthera pardus. Het woorddeel paard komt van het Griekse párdos, dat mannelijke panther betekent. Een luipaard werd vroeger gezien als een kruising tussen een leeuw en een panter, vandaar de Latijnse naam leopardus. In het middelnederlands werd leo aangepast tot een vorm van het werkwoord lupen, dat staat voor wat luipaarden doen: ‘loeren, iemand verraderlijk aanvallen’. Pardus werd verbasterd tot paard, waar het uiteraard heel weinig weg van heeft. Varianten komen voor in verschillende Aziatische talen en in het Sanskriet kan prdaku-s zowel luipaard als tijger en slang betekenen, waardoor het oorspronkelijk mogelijk zoiets als bont of gevlekt aanduidde.

3 zebra

Zebra hebben we overgenomen van de Portugezen die dit Afrikaanse dier de naam van een Europees wild paard gaven. Deze stamt vermoedelijk van het Latijnse equiferus, een samenstelling van equus (paard) en ferus (wild).

4 gnoe

Deze naam is gebaseerd op een slordige schrijfwijze door de Duitser Georg Forster (1754-1794) van de benaming in het Khoisan (Hottentots): i-ngu, wat van een woord van de San (Bosjesmannen) zou stammen: !nu:, waarbij het vraagteken en de dubbele punt voor ‘clicks’ staan, taalklanken die gemaakt worden door met de tong te klakken. De bron (etymonline) is hier niet gedetailleerd en ik weet nagenoeg niets van deze talen. Een dubele punt als teken voor een click kan ik niet vinden. Een andere naam voor de gnoe is wildebeest, Afrikaans voor wild rund.

5 olifant

Deze naam gaat terug op de tweede naamval van het Griekse eléphas: eléphantos, wat zowel olifant als ivoor kan betekenen. De eerste twee lettergrepen van dit woord zijnafgeleid van twee Noord-Afrikaanse woorden die allebei olifant betekenen. Het betekende misschien zoiets als ‘ivoor-olifant’.

6 krokodil

Van het Griekse krokódīlos, dat hagedis of draakachtig dier betekent.

7 gorilla

Ontleend aan het verslag van de Carthaagse ontdekkingsreiziger Hanno, die het waarschijnlijker over chimpansees had. De bron ervoor moet een West-Afrikaanse taal zijn geweest.

8 chimpansee

Van een benaming voor het dier in een Angolese taal.

9 leeuw

De leeuw kwam tot 100 v. Chr. nog voor in Griekenland en ons woord gaat terug op het Griekse leōn. Toch is dit waarschijnlijk ontleend aan een semitische taal. De w aan het eind is te verklaren doordat het Middelnederlands deze klank als verbinding tussen klinkers kende, zoals de voornaam Leo nu met een j verbonden wordt: Le-j-o.

10 neushoorn

Een vertaling van het Latijnse rhinoceros dat teruggaat op het Griekse rhinokeros. Rhino = neus en keros = hoorn. Door de afscheiding van Spanje en de macht van Amsterdam kregen de Hollanders in de zeventiende eeuw het zelfvertrouwen en zelfbewustzijn om hun taal te verheffen en werden veel klassieke termen vervangen door Nederlandse. Woorden als wiskunde en rekenkunde zijn bekende voorbeelden. Misschien komt neushoorn ook uit deze koker. Het verhaal van de herkomst van witte neushoorn kent iedereen: de Engelsen namen de Nederlandse aanduiding wijd over als white en later vertaalden we dit weer terug als wit.